Naar de inhoud

aanvaarden

beginnen, ondernemen

aanvaarden

werkwoord aɱˈvardən

Betekenis

  1. beginnen, ondernemen
  2. in bezit ontvangen, aannemen, accepteren
  3. iets onaangenaams willen dulden, met tegenzin accepteren
  4. op zich nemen

Hoe spreek je aanvaarden uit?

/amˈvardən/

Aanvaarden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /amˈvardən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
v vis
r rood
d dak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als aanvaardden.

Vervoeging van aanvaarden

aanvaardenhele werkwoord — aanvaarddeverleden tijd enkelvoud — aanvaarddenverleden tijd meervoud — aanvaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik aanvaard aanvaardde
jij aanvaardt aanvaardde
hij, zij, het aanvaardt aanvaardde
wij aanvaarden aanvaardden
jullie aanvaarden aanvaardden
zij aanvaarden aanvaardden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aanvaard gebiedende wijs
aanvaard verleden tijd, deelwoord
aanvaard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanvaard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aanvaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanvaard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanvaard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aanvaard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanvaard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aanvaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvaard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvaard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanvaardde verleden tijd
aanvaarde aanvoegende wijs
aanvaardend onvoltooid, deelwoord
ben aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aanvaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aanvaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aanvaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aanvaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aanvaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aanvaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aanvaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aanvaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aanvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aanvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aanvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aanvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanvaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te aanvaarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben aanvaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanvaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aanvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aanvaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aanvaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aanvaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aanvaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aanvaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aanvaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt aanvaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanvaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult aanvaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanvaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanvaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanvaarden aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

van Middelnederlands aenvaerden, op te vatten als samenstelling van aan bw en vaarden ww , in de betekenis van "beginnen" voor het eerst aangetroffen in 1240

Woordfamilie van aanvaarden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanvaardde verleden tijd aanvaarden
aanvaardden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanvaarden
aanvaardend onvoltooid deelwoord aanvaarden
aanvaardende woordvorm aanvaarden
aanvaardt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanvaarden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvaarden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanvaarden

Hoe spreek ik aanvaarden uit?
Zo spreek je aanvaarden uit: /aɱˈvardən/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft.
Wat is de betekenis van aanvaarden?
Aanvaarden is een werkwoord. De betekenis is: beginnen, ondernemen. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanvaarden?
Zo vervoeg je aanvaarden zo: de tegenwoordige tijd is aanvaard, de verleden tijd is aanvaardde en het voltooid deelwoord is aanvaard. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op aanvaarden?

Er staan 6 woorden in dit woordenboek die op aanvaarden rijmen, waaronder aandeelhouderswaarden, aanvaardden en bejaarden. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op aanvaarden, uitspraak amˈvardən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
aandeelhouderswaarden 6
aanvaardden 3
bejaarden 3
gebaarden 3
paarden 2
staarden 2

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanvaarden is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. A 1
  7. R 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanvaarden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. V 4
  5. A 1
  6. A 1
  7. R 2
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 15 zonder bonus
  12. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanvaarden in het kort

aanvaarden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanvaarden staan er 74 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanvaarden bij een woordfamilie van 5 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanvaarden: beginnen, ondernemen
Deel aanvaarden — standaardnederlands.nl