aanvaarden
werkwoord aɱˈvardənBetekenis
- beginnen, ondernemen
- in bezit ontvangen, aannemen, accepteren
- iets onaangenaams willen dulden, met tegenzin accepteren
- op zich nemen
Hoe spreek je aanvaarden uit?
/amˈvardən/
Aanvaarden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| v | vis |
| r | rood |
| d | dak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als aanvaardden.
Vervoeging van aanvaarden
aanvaardenhele werkwoord — aanvaarddeverleden tijd enkelvoud — aanvaarddenverleden tijd meervoud — aanvaardvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | aanvaard | aanvaardde |
| jij | aanvaardt | aanvaardde |
| hij, zij, het | aanvaardt | aanvaardde |
| wij | aanvaarden | aanvaardden |
| jullie | aanvaarden | aanvaardden |
| zij | aanvaarden | aanvaardden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aanvaard | gebiedende wijs |
| aanvaard | verleden tijd, deelwoord |
| aanvaard te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aanvaard te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aanvaard te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aanvaard te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aanvaard te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aanvaard worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aanvaard zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aanvaard zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanvaard zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanvaard zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanvaardde | verleden tijd |
| aanvaarde | aanvoegende wijs |
| aanvaardend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aanvaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aanvaard | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aanvaard | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aanvaard | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aanvaard worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aanvaard zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aanvaard worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aanvaard zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aanvaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aanvaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aanvaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aanvaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aanvaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te aanvaarden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te hebben aanvaard | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanvaarden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aanvaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aanvaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aanvaard | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aanvaard | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aanvaard | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aanvaard | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aanvaard | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt aanvaard hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvaard zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanvaarden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult aanvaard hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanvaard worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanvaard zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aanvaarden | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
van Middelnederlands aenvaerden, op te vatten als samenstelling van aan bw en vaarden ww , in de betekenis van "beginnen" voor het eerst aangetroffen in 1240
Woordfamilie van aanvaarden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanvaardde | verleden tijd | aanvaarden |
| aanvaardden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanvaarden |
| aanvaardend | onvoltooid deelwoord | aanvaarden |
| aanvaardende | woordvorm | aanvaarden |
| aanvaardt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanvaarden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanvaarden zijn vastgelegd.