aantreffen
werkwoord ˈantrɛfə(n)Betekenis
- ontmoeten, vinden
Hoe spreek je aantreffen uit?
/ˈantrɛfən/
Aantreffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| t | tak |
| r | rood |
| ɛ | bed |
| f | fiets |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aantreffen
aantreffenhele werkwoord — trof aanverleden tijd enkelvoud — troffen aanverleden tijd meervoud — aangetroffenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tref aan | trof aan |
| jij | treft aan | trof aan |
| hij, zij, het | treft aan | trof aan |
| wij | treffen aan | troffen aan |
| jullie | treffen aan | troffen aan |
| zij | treffen aan | troffen aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te treffen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen treffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal treffen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou treffen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden treffen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt treffen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen treffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen treffen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult treffen | bijzin, toekomende tijd |
| aangetroffen | verleden tijd, deelwoord |
| aangetroffen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangetroffen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangetroffen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetroffen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetroffen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetroffen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangetroffen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangetroffen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangetroffen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangetroffen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aantref | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantreffend | onvoltooid, deelwoord |
| aantreft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantrof | bijzin, verleden tijd |
| aantroffen | bijzin, verleden tijd |
| ben aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangetroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangetroffen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangetroffen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangetroffen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangetroffen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangetroffen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangetroffen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangetroffen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangetroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangetroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangetroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangetroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangetroffen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aantreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tref aan | gebiedende wijs |
| trof aan | verleden tijd |
| waart aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangetroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangetroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangetroffen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangetroffen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangetroffen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangetroffen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangetroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aantreffen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangetroffen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aantreffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aantreffen aan zou(dt) treffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aantreffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangetroffen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangetroffen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aantreffen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangetroffen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangetroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetroffen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aantreffen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aantreffen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aantreffen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangetroffen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en treffen ww
Woordfamilie van aantreffen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangetroffen | voltooid deelwoord | aantreffen |
| aantref | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantreffen |
| aantreffe | with-subordinate-clause | aantreffen |
| aantreffend | onvoltooid deelwoord | aantreffen |
| aantreffende | woordvorm | aantreffen |
| aantreft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantreffen |
| aantrof | subordinate-clause, verleden tijd | aantreffen |
| aantroffen | subordinate-clause, verleden tijd | aantreffen |
| tref aan | gebiedende wijs | aantreffen |
| treffe aan | woordvorm | aantreffen |
| treffen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aantreffen |
| treft aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aantreffen |
| trof aan | verleden tijd | aantreffen |
| troffen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aantreffen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantreffen zijn vastgelegd.