aantikken
werkwoord ˈantɪkə(n)Betekenis
- iemand of iets even verplicht tikken
- de finishlijn halen
- flink oplopen (van kosten)
Hoe spreek je aantikken uit?
/ˈantɪkən/
Aantikken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| t | tak |
| ɪ | pit |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- de finishlijn halen; het net bereiken van een bepaalde waarde transitive
Vervoeging van aantikken
aantikkenhele werkwoord — tikte aanverleden tijd enkelvoud — tikten aanverleden tijd meervoud — aangetiktvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tik aan | tikte aan |
| jij | tikt aan | tikte aan |
| hij, zij, het | tikt aan | tikte aan |
| wij | tikken aan | tikten aan |
| jullie | tikken aan | tikten aan |
| zij | tikken aan | tikten aan |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te tikken | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen tikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal tikken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou tikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden tikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt tikken | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen tikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen tikken | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult tikken | bijzin, toekomende tijd |
| aangetikt | verleden tijd, deelwoord |
| aangetikt te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetikt zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aantik | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantikkend | onvoltooid, deelwoord |
| aantikt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantikte | bijzin, verleden tijd |
| aantikten | bijzin, verleden tijd |
| er is aangetikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangetikt | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangetikt | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangetikt | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangetikt worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangetikt zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangetikt worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangetikt zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangetikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangetikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangetikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangetikt | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangetikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangetikt | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangetikt | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetikt | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangetikt | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aantikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tik aan | gebiedende wijs |
| tikte aan | verleden tijd |
| zal aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aantikken | bijzin, toekomende tijd |
| zou aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aantikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aantikken aan zou(dt) tikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aantikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangetikt hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aantikken | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aantikken | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aantikken | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangetikt hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aantikken | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aantikken | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal aantikken aan zult/zal tikken | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en tikken ww
Woordfamilie van aantikken
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangetikt | voltooid deelwoord | aantikken |
| aangetikte | woordvorm | aantikken |
| aantik | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantikken |
| aantikke | with-subordinate-clause | aantikken |
| aantikkend | onvoltooid deelwoord | aantikken |
| aantikkende | woordvorm | aantikken |
| aantikt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantikken |
| aantikte | subordinate-clause, verleden tijd | aantikken |
| aantikten | subordinate-clause, verleden tijd | aantikken |
| tik aan | gebiedende wijs | aantikken |
| tikke aan | woordvorm | aantikken |
| tikken aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aantikken |
| tikt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aantikken |
| tikte aan | verleden tijd | aantikken |
| tikten aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aantikken |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantikken zijn vastgelegd.