aantekenen
werkwoord ˈantekənə(n)Betekenis
- opschrijven om te onthouden
- een nadere opmerking maken
- ondertrouw doen
- verzenden met recht op schadeloosstelling bij verloren gaan
- protesteren
- in hoger beroep gaan
Hoe spreek je aantekenen uit?
/ˈantekənən/
Aantekenen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| t | tak |
| e | veel |
| k | kat |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
werkwoord
- verzet of protest aantekenen
- appel of hoger beroep aantekenen
Vervoeging van aantekenen
aantekenenhele werkwoord — tekende aanverleden tijd enkelvoud — tekenden aanverleden tijd meervoud — aangetekendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | teken aan | tekende aan |
| jij | tekent aan | tekende aan |
| hij, zij, het | tekent aan | tekende aan |
| wij | tekenen aan | tekenden aan |
| jullie | tekenen aan | tekenden aan |
| zij | tekenen aan | tekenden aan |
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen tekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult tekenen | bijzin, toekomende tijd |
| aangetekend | verleden tijd, deelwoord |
| aangetekend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangetekend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanteken | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aantekende | bijzin, verleden tijd |
| aantekenden | bijzin, verleden tijd |
| aantekenend | onvoltooid, deelwoord |
| aantekent | bijzin, tegenwoordige tijd |
| er is aangetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangetekend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangetekend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangetekend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangetekend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangetekend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangetekend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangetekend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangetekend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangetekend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangetekend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangetekend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangetekend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aantekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| teken aan | gebiedende wijs |
| tekende aan | verleden tijd |
| zal aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aantekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zou aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aantekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aantekenen aan zou(dt) tekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aantekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangetekend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aantekenen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aantekenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aantekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangetekend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult aantekenen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aantekenen | bijzin, toekomende tijd |
| zult/zal aantekenen aan zult/zal tekenen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en tekenen ww
Woordfamilie van aantekenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanteken | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantekenen |
| aantekende | subordinate-clause, verleden tijd | aantekenen |
| aantekenden | subordinate-clause, verleden tijd | aantekenen |
| aantekene | with-subordinate-clause | aantekenen |
| aantekenend | onvoltooid deelwoord | aantekenen |
| aantekenende | woordvorm | aantekenen |
| aantekent | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aantekenen |
| teken aan | gebiedende wijs | aantekenen |
| tekende aan | verleden tijd | aantekenen |
| tekenden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aantekenen |
| tekene aan | woordvorm | aantekenen |
| tekenen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aantekenen |
| tekent aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aantekenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aantekenen zijn vastgelegd.