aansturen
werkwoord ˈanstyrə(n)Betekenis
- leiding geven aan iets
- regelen, in werking stellen
Hoe spreek je aansturen uit?
/ˈanstyrən/
Aansturen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| s | sok |
| t | tak |
| y | fuut |
| r | rood |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aansturen
aansturenhele werkwoord — stuurde aanverleden tijd enkelvoud — stuurden aanverleden tijd meervoud — aangestuurdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | stuur aan | stuurde aan |
| jij | stuurt aan | stuurde aan |
| hij, zij, het | stuurt aan | stuurde aan |
| wij | sturen aan | stuurden aan |
| jullie | sturen aan | stuurden aan |
| zij | sturen aan | stuurden aan |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te sturen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal sturen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen sturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen sturen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult sturen | bijzin, toekomende tijd |
| aangestuurd | verleden tijd, deelwoord |
| aangestuurd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangestuurd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangestuurd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangestuurd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangestuurd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangestuurd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangestuurd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangestuurd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangestuurd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangestuurd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aansturend | onvoltooid, deelwoord |
| aanstuur | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanstuurde | bijzin, verleden tijd |
| aanstuurden | bijzin, verleden tijd |
| aanstuurt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| ben aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangestuurd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangestuurd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangestuurd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangestuurd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangestuurd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangestuurd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| stuur aan | gebiedende wijs |
| stuurde aan | verleden tijd |
| te hebben aangestuurd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aansturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangestuurd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangestuurd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangestuurd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangestuurd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aansturen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangestuurd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aansturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aansturen aan zou(dt) sturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aansturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangestuurd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangestuurd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aansturen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangestuurd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangestuurd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aansturen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aansturen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aansturen | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangestuurd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van aan vz en sturen ww
Woordfamilie van aansturen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangestuurd | voltooid deelwoord | aansturen |
| aangestuurde | woordvorm | aansturen |
| aansture | with-subordinate-clause | aansturen |
| aansturend | onvoltooid deelwoord | aansturen |
| aansturende | woordvorm | aansturen |
| aanstuur | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aansturen |
| aanstuurde | subordinate-clause, verleden tijd | aansturen |
| aanstuurden | subordinate-clause, verleden tijd | aansturen |
| aanstuurt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aansturen |
| sture aan | woordvorm | aansturen |
| sturen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aansturen |
| stuur aan | gebiedende wijs | aansturen |
| stuurde aan | verleden tijd | aansturen |
| stuurden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aansturen |
| stuurt aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aansturen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aansturen zijn vastgelegd.