Naar de inhoud

aanstoten

stoten tegen

aanstoten is meer dan één woord

aanstoten

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈanstotə(n)

Betekenis

  1. stoten tegen
  2. klinken

Hoe spreek je aanstoten uit?

/ˈanstotən/

Aanstoten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanstotən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
t tak
o boot
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als aanstootten.

Vervoeging van aanstoten

aanstotenhele werkwoord — stiet aanverleden tijd enkelvoud — stieten aanverleden tijd meervoud — aangestotenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik stoot aan stiet aan
jij stoot aan stiet aan
hij, zij, het stoot aan stiet aan
wij stoten aan stieten aan
jullie stoten aan stieten aan
zij stoten aan stieten aan
Alle 147 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te stoten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal stoten bijzin, toekomende tijd
aan zou stoten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden stoten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt stoten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen stoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen stoten bijzin, toekomende tijd
aan zult stoten bijzin, toekomende tijd
aangestoten verleden tijd, deelwoord
aangestoten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestoten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangestoten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestoten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestoten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangestoten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestoten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangestoten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestoten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangestoten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanstiet bijzin, verleden tijd
aanstieten bijzin, verleden tijd
aanstoot bijzin, tegenwoordige tijd
aanstootte bijzin, verleden tijd
aanstootten bijzin, verleden tijd
aanstotend onvoltooid, deelwoord
ben aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangestoten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangestoten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangestoten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangestoten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangestoten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangestoten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangestoten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
stiet aan verleden tijd
stoot aan gebiedende wijs
stootte aan verleden tijd
te hebben aangestoten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangestoten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangestoten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangestoten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangestoten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangestoten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangestoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangestoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanstoten bijzin, toekomende tijd
zijn aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangestoten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanstoten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanstoten aan zou(dt) stoten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanstoten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangestoten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangestoten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanstoten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestoten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangestoten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangestoten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangestoten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangestoten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanstoten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanstoten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aanstoot

Herkomst

samenstelling van aan vz en stoten ww

Woordfamilie van aanstoten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangestoten voltooid deelwoord aanstoten
aanstiet subordinate-clause, verleden tijd aanstoten
aanstieten subordinate-clause, verleden tijd aanstoten
aanstootte subordinate-clause, verleden tijd aanstoten
aanstootten subordinate-clause, verleden tijd aanstoten
aanstote with-subordinate-clause aanstoten
stiet aan verleden tijd aanstoten
stieten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanstoten
stoot aan gebiedende wijs aanstoten
stootte aan verleden tijd aanstoten
stootten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanstoten
stote aan woordvorm aanstoten
stoten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanstoten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanstoten zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanstoten

Hoe spreek ik aanstoten uit?
Zo spreek je aanstoten uit: /ˈanstotə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanstoten?
Aanstoten is een werkwoord. De betekenis is: stoten tegen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanstoten?
Zo vervoeg je aanstoten zo: het voltooid deelwoord is aangestoten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanstoten is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanstoten levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 48 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. T 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 48 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (S) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanstoten in het kort

aanstoten is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanstoten staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanstoten bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanstoten: stoten tegen
Deel aanstoten — standaardnederlands.nl