Naar de inhoud

aansmeren

met iets besmeren

aansmeren

werkwoord ˈansmerə(n)

Betekenis

  1. met iets besmeren
  2. aanpraten, listig verkopen

Hoe spreek je aansmeren uit?

/ˈansmerən/

Aansmeren bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈansmerən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
m maan
e veel
r rood
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aansmeren

aansmerenhele werkwoord — smeerde aanverleden tijd enkelvoud — smeerden aanverleden tijd meervoud — aangesmeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik smeer aan smeerde aan
jij smeert aan smeerde aan
hij, zij, het smeert aan smeerde aan
wij smeren aan smeerden aan
jullie smeren aan smeerden aan
zij smeren aan smeerden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te smeren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal smeren bijzin, toekomende tijd
aan zou smeren bijzin, voorwaardelijk
aan zouden smeren bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt smeren bijzin, voorwaardelijk
aan zullen smeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen smeren bijzin, toekomende tijd
aan zult smeren bijzin, toekomende tijd
aangesmeerd verleden tijd, deelwoord
aangesmeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangesmeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangesmeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesmeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesmeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangesmeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangesmeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangesmeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangesmeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangesmeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aansmeer bijzin, tegenwoordige tijd
aansmeerde bijzin, verleden tijd
aansmeerden bijzin, verleden tijd
aansmeert bijzin, tegenwoordige tijd
aansmerend onvoltooid, deelwoord
ben aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangesmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangesmeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangesmeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangesmeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangesmeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangesmeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangesmeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangesmeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
smeer aan gebiedende wijs
smeerde aan verleden tijd
te hebben aangesmeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aansmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangesmeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangesmeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangesmeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangesmeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aansmeren bijzin, toekomende tijd
zijn aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangesmeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aansmeren bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aansmeren aan zou(dt) smeren bijzin, voorwaardelijk
zouden aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aansmeren bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangesmeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangesmeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aansmeren bijzin, voorwaardelijk
zullen aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangesmeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangesmeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aansmeren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aansmeren aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aansmeren bijzin, toekomende tijd
zult aangesmeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en smeren ww

Woordfamilie van aansmeren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangesmeerd voltooid deelwoord aansmeren
aangesmeerde woordvorm aansmeren
aansmeer subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansmeren
aansmeerde subordinate-clause, verleden tijd aansmeren
aansmeerden subordinate-clause, verleden tijd aansmeren
aansmeert subordinate-clause, tegenwoordige tijd aansmeren
aansmere with-subordinate-clause aansmeren
aansmerend onvoltooid deelwoord aansmeren
aansmerende woordvorm aansmeren
smeer aan gebiedende wijs aansmeren
smeerde aan verleden tijd aansmeren
smeerden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aansmeren
smeert aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aansmeren
smere aan woordvorm aansmeren
smeren aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aansmeren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aansmeren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aansmeren

Hoe spreek ik aansmeren uit?
Zo spreek je aansmeren uit: /ˈansmerə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aansmeren?
Aansmeren is een werkwoord. De betekenis is: met iets besmeren. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aansmeren?
Zo vervoeg je aansmeren zo: het voltooid deelwoord is aangesmeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aansmeren is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aansmeren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. M 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aansmeren in het kort

aansmeren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aansmeren staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aansmeren bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aansmeren: met iets besmeren
Deel aansmeren — standaardnederlands.nl