Naar de inhoud

aanschaffen

kopen

aanschaffen is meer dan één woord

aanschaffen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈansxɑfə(n)

Betekenis

  1. kopen

Hoe spreek je aanschaffen uit?

/ˈansxɑfən/

Aanschaffen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈansxɑfən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
s sok
x acht
ɑ bad
f fiets
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. tegen betaling verwerven transitive

Vervoeging van aanschaffen

aanschaffenhele werkwoord — schafte aanverleden tijd enkelvoud — schaften aanverleden tijd meervoud — aangeschaftvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik schaf aan schafte aan
jij schaft aan schafte aan
hij, zij, het schaft aan schafte aan
wij schaffen aan schaften aan
jullie schaffen aan schaften aan
zij schaffen aan schaften aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te schaffen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen schaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal schaffen bijzin, toekomende tijd
aan zou schaffen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden schaffen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt schaffen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen schaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen schaffen bijzin, toekomende tijd
aan zult schaffen bijzin, toekomende tijd
aangeschaft verleden tijd, deelwoord
aangeschaft te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeschaft te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeschaft te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeschaft te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeschaft te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeschaft worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeschaft zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeschaft zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeschaft zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeschaft zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanschaf bijzin, tegenwoordige tijd
aanschaffend onvoltooid, deelwoord
aanschaft bijzin, tegenwoordige tijd
aanschafte bijzin, verleden tijd
aanschaften bijzin, verleden tijd
ben aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeschaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeschaft impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeschaft impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeschaft impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeschaft worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeschaft zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeschaft worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeschaft zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeschaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
schaf aan gebiedende wijs
schafte aan verleden tijd
te hebben aangeschaft actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanschaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeschaft voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeschaft voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeschaft voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeschaft enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanschaffen bijzin, toekomende tijd
zijn aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeschaft voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanschaffen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanschaffen aan zou(dt) schaffen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanschaffen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeschaft hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeschaft zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanschaffen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeschaft worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeschaft zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanschaffen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanschaffen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanschaffen bijzin, toekomende tijd
zult aangeschaft hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aanschaf

Herkomst

samenstelling van aan vz en schaffen ww

Woordfamilie van aanschaffen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanschaffe with-subordinate-clause aanschaffen
aanschaffend onvoltooid deelwoord aanschaffen
aanschaffende woordvorm aanschaffen
aanschaft subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanschaffen
aanschafte subordinate-clause, verleden tijd aanschaffen
aanschaften subordinate-clause, verleden tijd aanschaffen
schaf aan gebiedende wijs aanschaffen
schaffe aan woordvorm aanschaffen
schaffen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanschaffen
schaft aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanschaffen
schafte aan verleden tijd aanschaffen
schaften aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanschaffen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanschaffen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aanschaffen

Hoe spreek je aanschaffen uit?
De uitspraak van aanschaffen is: /ˈansxɑfə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanschaffen?
Aanschaffen is een werkwoord. Het woord betekent: kopen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanschaffen?
Je vervoegt aanschaffen als volgt: het voltooid deelwoord is aangeschaft. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanschaffen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. A 1
  8. F 4
  9. F 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanschaffen levert met Wordfeud minimaal 25 en maximaal 105 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. S 2
  5. C 5
  6. H 4
  7. A 1
  8. F 4
  9. F 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 25 zonder bonus
  13. 105 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (C) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanschaffen in het kort

aanschaffen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanschaffen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanschaffen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanschaffen: kopen
Deel aanschaffen — standaardnederlands.nl