Naar de inhoud

aanraken

fysiek contact maken met iets

aanraken

werkwoord ˈanrakə(n)

Betekenis

  1. fysiek contact maken met iets

Hoe spreek je aanraken uit?

/ˈanrakən/

Aanraken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanrakən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
r rood
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanraken

aanrakenhele werkwoord — raakte aanverleden tijd enkelvoud — raakten aanverleden tijd meervoud — aangeraaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik raak aan raakte aan
jij raakt aan raakte aan
hij, zij, het raakt aan raakte aan
wij raken aan raakten aan
jullie raken aan raakten aan
zij raken aan raakten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te raken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal raken bijzin, toekomende tijd
aan zou raken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden raken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt raken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen raken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen raken bijzin, toekomende tijd
aan zult raken bijzin, toekomende tijd
aangeraakt verleden tijd, deelwoord
aangeraakt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeraakt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeraakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeraakt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeraakt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeraakt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeraakt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeraakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeraakt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeraakt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanraak bijzin, tegenwoordige tijd
aanraakt bijzin, tegenwoordige tijd
aanraakte bijzin, verleden tijd
aanraakten bijzin, verleden tijd
aanrakend onvoltooid, deelwoord
ben aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeraakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeraakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeraakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeraakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeraakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeraakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeraakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
raak aan gebiedende wijs
raakte aan verleden tijd
te hebben aangeraakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeraakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeraakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeraakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeraakt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanraken bijzin, toekomende tijd
zijn aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeraakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanraken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanraken aan zou(dt) raken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanraken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeraakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeraakt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanraken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeraakt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeraakt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanraken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanraken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanraken bijzin, toekomende tijd
zult aangeraakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en raken ww

Woordfamilie van aanraken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangeraakt voltooid deelwoord aanraken
aangeraakte woordvorm aanraken
aanraak subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanraken
aanraakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanraken
aanraakte subordinate-clause, verleden tijd aanraken
aanraakten subordinate-clause, verleden tijd aanraken
aanrake with-subordinate-clause aanraken
aanrakend onvoltooid deelwoord aanraken
aanrakende woordvorm aanraken
raak aan gebiedende wijs aanraken
raakt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanraken
raakte aan verleden tijd aanraken
raakten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanraken
rake aan woordvorm aanraken
raken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanraken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanraken zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over aanraken

Hoe spreek je aanraken uit?
De uitspraak van aanraken is: /ˈanrakə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanraken?
Aanraken is een werkwoord. Het woord betekent: fysiek contact maken met iets.
Hoe vervoeg je aanraken?
Je vervoegt aanraken als volgt: het voltooid deelwoord is aangeraakt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanraken is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. R 2
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanraken levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. R 2
  5. A 1
  6. K 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (K) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanraken in het kort

aanraken staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanraken zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanraken bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanraken: fysiek contact maken met iets
Deel aanraken — standaardnederlands.nl