aanprijzen
werkwoord ˈamprɛizə(n)Betekenis
- door prijzen aanbevelen, zeggen dat iets of iemand heel goed is
Hoe spreek je aanprijzen uit?
/ˈamprɛizən/
Aanprijzen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| p | pak |
| r | rood |
| ɛi | trein |
| z | zon |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aanprijzen
aanprijzenhele werkwoord — prees aanverleden tijd enkelvoud — prezen aanverleden tijd meervoud — aangeprezenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | prijs aan | prees aan |
| jij | prijst aan | prees aan |
| hij, zij, het | prijst aan | prees aan |
| wij | prijzen aan | prezen aan |
| jullie | prijzen aan | prezen aan |
| zij | prijzen aan | prezen aan |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te prijzen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen prijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal prijzen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou prijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden prijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt prijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen prijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen prijzen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult prijzen | bijzin, toekomende tijd |
| aangeprezen | verleden tijd, deelwoord |
| aangeprezen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeprezen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangeprezen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeprezen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeprezen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangeprezen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeprezen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangeprezen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeprezen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangeprezen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aanprees | bijzin, verleden tijd |
| aanpreest | bijzin, verleden tijd |
| aanprezen | bijzin, verleden tijd |
| aanprijs | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanprijst | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aanprijzend | onvoltooid, deelwoord |
| ben aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is aangeprezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangeprezen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangeprezen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangeprezen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangeprezen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangeprezen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangeprezen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangeprezen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangeprezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangeprezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangeprezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangeprezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeprezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| prees aan | verleden tijd |
| prijs aan | gebiedende wijs |
| te hebben aangeprezen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aanprijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeprezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangeprezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangeprezen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangeprezen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangeprezen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangeprezen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangeprezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangeprezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aanprijzen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangeprezen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aanprijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) aanprijzen aan zou(dt) prijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aanprijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangeprezen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangeprezen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aanprijzen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeprezen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aangeprezen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangeprezen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangeprezen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangeprezen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aanprijzen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aanprijzen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aanprijzen | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan vz en prijzen ww
Woordfamilie van aanprijzen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aangeprezen | voltooid deelwoord | aanprijzen |
| aanprees | subordinate-clause, verleden tijd | aanprijzen |
| aanprezen | subordinate-clause, verleden tijd | aanprijzen |
| aanprijs | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanprijzen |
| aanprijst | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aanprijzen |
| aanprijze | with-subordinate-clause | aanprijzen |
| aanprijzend | onvoltooid deelwoord | aanprijzen |
| aanprijzende | woordvorm | aanprijzen |
| prees aan | verleden tijd | aanprijzen |
| prezen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aanprijzen |
| prijs aan | gebiedende wijs | aanprijzen |
| prijst aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aanprijzen |
| prijze aan | woordvorm | aanprijzen |
| prijzen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aanprijzen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanprijzen zijn vastgelegd.