Naar de inhoud

aanpakken

aanvatten

aanpakken is meer dan één woord

aanpakken

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈampɑkə(n)

Betekenis

  1. aanvatten
  2. in rechte vervolgen, streng zijn
  3. (door hard werken) een probleem oplossen

Hoe spreek je aanpakken uit?

/ˈampɑkən/

Aanpakken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈampɑkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
m maan
p pak
ɑ bad
k kat
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. een probleem oplossen transitive

Vervoeging van aanpakken

aanpakkenhele werkwoord — pakte aanverleden tijd enkelvoud — pakten aanverleden tijd meervoud — aangepaktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik pak aan pakte aan
jij pakt aan pakte aan
hij, zij, het pakt aan pakte aan
wij pakken aan pakten aan
jullie pakken aan pakten aan
zij pakken aan pakten aan
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te pakken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal pakken bijzin, toekomende tijd
aan zou pakken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden pakken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt pakken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen pakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen pakken bijzin, toekomende tijd
aan zult pakken bijzin, toekomende tijd
aangepakt verleden tijd, deelwoord
aangepakt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangepakt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanpak bijzin, tegenwoordige tijd
aanpakkend onvoltooid, deelwoord
aanpakt bijzin, tegenwoordige tijd
aanpakte bijzin, verleden tijd
aanpakten bijzin, verleden tijd
er is aangepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangepakt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangepakt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangepakt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangepakt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangepakt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangepakt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangepakt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangepakt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangepakt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangepakt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangepakt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
pak aan gebiedende wijs
pakte aan verleden tijd
te hebben aangepakt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanpakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanpakken bijzin, toekomende tijd
zou aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanpakken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanpakken aan zou(dt) pakken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanpakken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangepakt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanpakken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanpakken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanpakken bijzin, toekomende tijd
zult aangepakt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanpakken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanpakken bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanpakken aan zult/zal pakken bijzin, toekomende tijd

Woordvorm

  • meervoud van het zelfstandig naamwoord aanpak

Herkomst

samenstelling van aan vz en pakken ww

Woordfamilie van aanpakken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangepakt voltooid deelwoord aanpakken
aangepakte woordvorm aanpakken
aanpakke with-subordinate-clause aanpakken
aanpakkend onvoltooid deelwoord aanpakken
aanpakkende woordvorm aanpakken
aanpakt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanpakken
aanpakte subordinate-clause, verleden tijd aanpakken
aanpakten subordinate-clause, verleden tijd aanpakken
pak aan gebiedende wijs aanpakken
pakke aan woordvorm aanpakken
pakken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanpakken
pakt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanpakken
pakte aan verleden tijd aanpakken
pakten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanpakken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanpakken zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanpakken

Hoe spreek ik aanpakken uit?
Zo spreek je aanpakken uit: /ˈampɑkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanpakken?
Aanpakken is een werkwoord. De betekenis is: aanvatten. In totaal staan er 4 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanpakken?
Zo vervoeg je aanpakken zo: het voltooid deelwoord is aangepakt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanpakken is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 3
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanpakken levert met Wordfeud minimaal 16 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. P 4
  5. A 1
  6. K 3
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 zonder bonus
  11. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanpakken in het kort

aanpakken is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Wat het is, hangt af van de zin. Hierboven vind je 4 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanpakken staan er 53 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanpakken bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanpakken: aanvatten
Deel aanpakken — standaardnederlands.nl