Naar de inhoud

aanmeten

de maat nemen voor

aanmeten

werkwoord ˈanmetə(n)

Betekenis

  1. de maat nemen voor
  2. doen alsof

Hoe spreek je aanmeten uit?

/ˈanmetən/

Aanmeten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanmetən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
m maan
e veel
t tak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. de maat nemen om iets passends te kunnen maken transitive

Vervoeging van aanmeten

aanmetenhele werkwoord — mat aanverleden tijd enkelvoud — maten aanverleden tijd meervoud — aangemetenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik meet aan mat aan
jij meet aan mat aan
hij, zij, het meet aan mat aan
wij meten aan maten aan
jullie meten aan maten aan
zij meten aan maten aan
Alle 144 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te meten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen meten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal meten bijzin, toekomende tijd
aan zou meten bijzin, voorwaardelijk
aan zouden meten bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt meten bijzin, voorwaardelijk
aan zullen meten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen meten bijzin, toekomende tijd
aan zult meten bijzin, toekomende tijd
aangemeten verleden tijd, deelwoord
aangemeten te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemeten te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemeten te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemeten te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemeten te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemeten worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemeten zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemeten zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemeten zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemeten zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmat bijzin, verleden tijd
aanmaten bijzin, verleden tijd
aanmeet bijzin, tegenwoordige tijd
aanmetend onvoltooid, deelwoord
ben aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangemeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangemeten impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangemeten impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangemeten impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangemeten worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangemeten zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangemeten worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangemeten zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangemeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mat aan verleden tijd
meet aan gebiedende wijs
te hebben aangemeten actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangemeten voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangemeten voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangemeten voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangemeten enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangemeten enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangemeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmeten bijzin, toekomende tijd
zijn aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangemeten voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmeten bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmeten aan zou(dt) meten bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmeten bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemeten hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemeten zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmeten bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemeten zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemeten zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemeten zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmeten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmeten aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmeten bijzin, toekomende tijd
zult aangemeten hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aangemeten worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en meten ww

Woordfamilie van aanmeten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemeten voltooid deelwoord aanmeten
aanmat subordinate-clause, verleden tijd aanmeten
aanmaten subordinate-clause, verleden tijd aanmeten
aanmeet subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmeten
aanmete with-subordinate-clause aanmeten
aanmetend onvoltooid deelwoord aanmeten
aanmetende woordvorm aanmeten
mat aan verleden tijd aanmeten
maten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmeten
meet aan gebiedende wijs aanmeten
mete aan woordvorm aanmeten
meten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmeten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmeten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanmeten

Hoe spreek ik aanmeten uit?
Zo spreek je aanmeten uit: /ˈanmetə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanmeten?
Aanmeten is een werkwoord. De betekenis is: de maat nemen voor. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanmeten?
Zo vervoeg je aanmeten zo: het voltooid deelwoord is aangemeten. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmeten is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmeten levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. T 2
  7. E 1
  8. N 1
  9. 11 zonder bonus
  10. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmeten in het kort

aanmeten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanmeten staan er 86 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanmeten bij een woordfamilie van 12 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanmeten: de maat nemen voor
Deel aanmeten — standaardnederlands.nl