Naar de inhoud

aanmerken

aanmerken als: (ter afkeuring) beschouwen

aanmerken

werkwoord ˈanmɛrkə(n)

Betekenis

  1. aanmerken als: (ter afkeuring) beschouwen
  2. afkeuren

Hoe spreek je aanmerken uit?

/ˈanmɛrkən/

Aanmerken bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanmɛrkən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
m maan
ɛ bed
r rood
k kat
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanmerken

aanmerkenhele werkwoord — merkte aanverleden tijd enkelvoud — merkten aanverleden tijd meervoud — aangemerktvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik merk aan merkte aan
jij merkt aan merkte aan
hij, zij, het merkt aan merkte aan
wij merken aan merkten aan
jullie merken aan merkten aan
zij merken aan merkten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te merken actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen merken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal merken bijzin, toekomende tijd
aan zou merken bijzin, voorwaardelijk
aan zouden merken bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt merken bijzin, voorwaardelijk
aan zullen merken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen merken bijzin, toekomende tijd
aan zult merken bijzin, toekomende tijd
aangemerkt verleden tijd, deelwoord
aangemerkt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemerkt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangemerkt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemerkt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemerkt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangemerkt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemerkt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangemerkt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemerkt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangemerkt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanmerk bijzin, tegenwoordige tijd
aanmerkend onvoltooid, deelwoord
aanmerkt bijzin, tegenwoordige tijd
aanmerkte bijzin, verleden tijd
aanmerkten bijzin, verleden tijd
ben aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangemerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangemerkt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangemerkt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangemerkt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangemerkt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangemerkt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangemerkt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangemerkt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
merk aan gebiedende wijs
merkte aan verleden tijd
te hebben aangemerkt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangemerkt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangemerkt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangemerkt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangemerkt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanmerken bijzin, toekomende tijd
zijn aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangemerkt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanmerken bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanmerken aan zou(dt) merken bijzin, voorwaardelijk
zouden aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanmerken bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangemerkt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangemerkt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanmerken bijzin, voorwaardelijk
zullen aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangemerkt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangemerkt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanmerken actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanmerken aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanmerken bijzin, toekomende tijd
zult aangemerkt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en merken ww

Woordfamilie van aanmerken

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangemerkt voltooid deelwoord aanmerken
aangemerkte woordvorm aanmerken
aanmerk subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmerken
aanmerke with-subordinate-clause aanmerken
aanmerkend onvoltooid deelwoord aanmerken
aanmerkende woordvorm aanmerken
aanmerkt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanmerken
aanmerkte subordinate-clause, verleden tijd aanmerken
aanmerkten subordinate-clause, verleden tijd aanmerken
merk aan gebiedende wijs aanmerken
merke aan woordvorm aanmerken
merken aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanmerken
merkt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanmerken
merkte aan verleden tijd aanmerken
merkten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanmerken

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanmerken zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanmerken

Hoe spreek ik aanmerken uit?
Zo spreek je aanmerken uit: /ˈanmɛrkə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aanmerken?
Aanmerken is een werkwoord. De betekenis is: aanmerken als: (ter afkeuring) beschouwen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aanmerken?
Zo vervoeg je aanmerken zo: het voltooid deelwoord is aangemerkt. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanmerken is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanmerken levert met Wordfeud minimaal 14 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. M 3
  5. E 1
  6. R 2
  7. K 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 zonder bonus
  11. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanmerken in het kort

aanmerken staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aanmerken staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aanmerken bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aanmerken: aanmerken als: (ter afkeuring) beschouwen
Deel aanmerken — standaardnederlands.nl