Naar de inhoud

aanlijnen

aan de lijn doen (van dieren)

aanlijnen

werkwoord ˈanlɛinə(n)

Betekenis

  1. aan de lijn doen (van dieren)

Hoe spreek je aanlijnen uit?

/ˈanlɛinən/

Aanlijnen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanlɛinən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
l land
ɛi trein
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. aan de lijn doen transitive

Vervoeging van aanlijnen

aanlijnenhele werkwoord — lijnde aanverleden tijd enkelvoud — lijnden aanverleden tijd meervoud — aangelijndvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik lijn aan lijnde aan
jij lijnt aan lijnde aan
hij, zij, het lijnt aan lijnde aan
wij lijnen aan lijnden aan
jullie lijnen aan lijnden aan
zij lijnen aan lijnden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te lijnen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen lijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal lijnen bijzin, toekomende tijd
aan zou lijnen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden lijnen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt lijnen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen lijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen lijnen bijzin, toekomende tijd
aan zult lijnen bijzin, toekomende tijd
aangelijnd verleden tijd, deelwoord
aangelijnd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangelijnd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangelijnd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelijnd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelijnd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelijnd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangelijnd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangelijnd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangelijnd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangelijnd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanlijn bijzin, tegenwoordige tijd
aanlijnde bijzin, verleden tijd
aanlijnden bijzin, verleden tijd
aanlijnend onvoltooid, deelwoord
aanlijnt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangelijnd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangelijnd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangelijnd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangelijnd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangelijnd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangelijnd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangelijnd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangelijnd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangelijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangelijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangelijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangelijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
lijn aan gebiedende wijs
lijnde aan verleden tijd
te hebben aangelijnd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanlijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangelijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangelijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangelijnd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangelijnd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangelijnd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangelijnd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangelijnd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelijnd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanlijnen bijzin, toekomende tijd
zijn aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangelijnd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanlijnen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanlijnen aan zou(dt) lijnen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanlijnen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangelijnd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangelijnd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanlijnen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangelijnd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangelijnd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangelijnd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangelijnd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanlijnen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanlijnen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanlijnen bijzin, toekomende tijd
zult aangelijnd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en lijn zn met het achtervoegsel -en van een werkwoord

Woordfamilie van aanlijnen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangelijnd voltooid deelwoord aanlijnen
aangelijnde woordvorm aanlijnen
aanlijn subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanlijnen
aanlijnde subordinate-clause, verleden tijd aanlijnen
aanlijnden subordinate-clause, verleden tijd aanlijnen
aanlijne with-subordinate-clause aanlijnen
aanlijnend onvoltooid deelwoord aanlijnen
aanlijnende woordvorm aanlijnen
aanlijnt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanlijnen
lijn aan gebiedende wijs aanlijnen
lijnde aan verleden tijd aanlijnen
lijnden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanlijnen
lijne aan woordvorm aanlijnen
lijnen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanlijnen
lijnt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanlijnen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanlijnen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanlijnen

Hoe spreek je aanlijnen uit?
De uitspraak van aanlijnen is: /ˈanlɛinə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanlijnen?
Aanlijnen is een werkwoord. Het woord betekent: aan de lijn doen (van dieren). Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanlijnen?
Je vervoegt aanlijnen als volgt: het voltooid deelwoord is aangelijnd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanlijnen is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. I 1
  6. J 4
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanlijnen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 69 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. I 2
  6. J 4
  7. N 1
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 69 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanlijnen in het kort

aanlijnen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanlijnen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanlijnen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanlijnen: aan de lijn doen (van dieren)
Deel aanlijnen — standaardnederlands.nl