Naar de inhoud

aanleggen

vastmaken

aanleggen

werkwoord ˈanlɛɣə(n)

Betekenis

  1. vastmaken
  2. een wapen in de vereiste stand brengen om te schieten
  3. aan de wal gaan liggen
  4. een café aandoen
  5. tegen het lichaam leggen
  6. vastleggen
  7. maken van een weg
  8. doen

Hoe spreek je aanleggen uit?

/ˈanlɛxən/

Aanleggen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanlɛxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
l land
ɛ bed
x acht
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aanleggen

aanleggenhele werkwoord — legde aanverleden tijd enkelvoud — legden aanverleden tijd meervoud — aangelegdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik leg aan legde aan
jij legt aan legde aan
hij, zij, het legt aan legde aan
wij leggen aan legden aan
jullie leggen aan legden aan
zij leggen aan legden aan
Alle 82 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
aan te leggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen leggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal leggen bijzin, toekomende tijd
aan zou leggen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden leggen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt leggen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen leggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen leggen bijzin, toekomende tijd
aan zult leggen bijzin, toekomende tijd
aangelegd verleden tijd, deelwoord
aangelegd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangelegd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanleg bijzin, tegenwoordige tijd
aanlegde bijzin, verleden tijd
aanlegden bijzin, verleden tijd
aanleggend onvoltooid, deelwoord
aanlegt bijzin, tegenwoordige tijd
er is aangelegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangelegd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangelegd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangelegd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangelegd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangelegd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangelegd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangelegd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangelegd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangelegd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangelegd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangelegd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
leg aan gebiedende wijs
legde aan verleden tijd
te hebben aangelegd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanleggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanleggen bijzin, toekomende tijd
zou aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanleggen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanleggen aan zou(dt) leggen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanleggen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangelegd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanleggen bijzin, voorwaardelijk
zullen aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanleggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanleggen bijzin, toekomende tijd
zult aangelegd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult aanleggen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult aanleggen bijzin, toekomende tijd
zult/zal aanleggen aan zult/zal leggen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van aan vz en leggen ww

Woordfamilie van aanleggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanlegde subordinate-clause, verleden tijd aanleggen
aanlegden subordinate-clause, verleden tijd aanleggen
aanlegge with-subordinate-clause aanleggen
aanleggend onvoltooid deelwoord aanleggen
aanleggende woordvorm aanleggen
aanlegt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanleggen
leg aan gebiedende wijs aanleggen
legde aan verleden tijd aanleggen
legden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanleggen
legge aan woordvorm aanleggen
leggen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanleggen
legt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanleggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanleggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanleggen

Hoe spreek je aanleggen uit?
De uitspraak van aanleggen is: /ˈanlɛɣə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanleggen?
Aanleggen is een werkwoord. Het woord betekent: vastmaken. Deze pagina beschrijft 8 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanleggen?
Je vervoegt aanleggen als volgt: het voltooid deelwoord is aangelegd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanleggen is 15 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. G 3
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanleggen levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. E 1
  6. G 3
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanleggen in het kort

aanleggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 8 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanleggen zijn 53 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanleggen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanleggen: vastmaken
Deel aanleggen — standaardnederlands.nl