Naar de inhoud

aanlanden

aan land gaan

aanlanden

werkwoord ˈanlɑndə(n)

Betekenis

  1. aan land gaan
  2. terechtkomen, bij toeval geraken
  3. aan land brengen

Hoe spreek je aanlanden uit?

/ˈanlɑndən/

Aanlanden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanlɑndən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
l land
ɑ bad
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als aanlandden.

Vervoeging van aanlanden

aanlandenhele werkwoord — landde aanverleden tijd enkelvoud — landden aanverleden tijd meervoud — aangelandvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik land aan landde aan
jij landt aan landde aan
hij, zij, het landt aan landde aan
wij landen aan landden aan
jullie landen aan landden aan
zij landen aan landden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te landen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen landen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal landen bijzin, toekomende tijd
aan zou landen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden landen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt landen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen landen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen landen bijzin, toekomende tijd
aan zult landen bijzin, toekomende tijd
aangeland verleden tijd, deelwoord
aangeland te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeland te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeland te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeland te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeland te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeland worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeland zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeland zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeland zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeland zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aanland bijzin, tegenwoordige tijd
aanlandde bijzin, verleden tijd
aanlandden bijzin, verleden tijd
aanlandend onvoltooid, deelwoord
aanlandt bijzin, tegenwoordige tijd
ben aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeland impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeland impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeland impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeland impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeland worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeland zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeland worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeland zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeland voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeland voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeland voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeland voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeland actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
land aan gebiedende wijs
landde aan verleden tijd
te hebben aangeland actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanlanden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeland voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeland voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeland voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeland voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeland voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeland enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeland enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeland zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeland zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanlanden bijzin, toekomende tijd
zijn aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeland voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanlanden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) aanlanden aan zou(dt) landen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanlanden bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeland hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeland zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanlanden bijzin, voorwaardelijk
zullen aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeland worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeland zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeland zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeland zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aanlanden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanlanden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanlanden bijzin, toekomende tijd
zult aangeland hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en landen ww

Woordfamilie van aanlanden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanland subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanlanden
aanlandde subordinate-clause, verleden tijd aanlanden
aanlandden subordinate-clause, verleden tijd aanlanden
aanlande with-subordinate-clause aanlanden
aanlandend onvoltooid deelwoord aanlanden
aanlandende woordvorm aanlanden
aanlandt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanlanden
land aan gebiedende wijs aanlanden
landde aan verleden tijd aanlanden
landden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanlanden
lande aan woordvorm aanlanden
landen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanlanden
landt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanlanden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanlanden zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over aanlanden

Hoe spreek je aanlanden uit?
De uitspraak van aanlanden is: /ˈanlɑndə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanlanden?
Aanlanden is een werkwoord. Het woord betekent: aan land gaan. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aanlanden?
Je vervoegt aanlanden als volgt: het voltooid deelwoord is aangeland. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanlanden is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanlanden levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 54 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. L 3
  5. A 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 zonder bonus
  11. 54 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanlanden in het kort

aanlanden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aanlanden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanlanden bij een woordfamilie van 13 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanlanden: aan land gaan
Deel aanlanden — standaardnederlands.nl