Naar de inhoud

aangapen

dom en nieuwsgierig aanstaren

aangapen

werkwoord ˈaŋɣapə(n)

Betekenis

  1. dom en nieuwsgierig aanstaren
  2. dreigend aanstaren van levenloze, openstaande dingen

Hoe spreek je aangapen uit?

/ˈaŋxapən/

Aangapen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈaŋxapən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
ŋ ding
x acht
p pak
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van aangapen

aangapenhele werkwoord — gaapte aanverleden tijd enkelvoud — gaapten aanverleden tijd meervoud — aangegaaptvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik gaap aan gaapte aan
jij gaapt aan gaapte aan
hij, zij, het gaapt aan gaapte aan
wij gapen aan gaapten aan
jullie gapen aan gaapten aan
zij gapen aan gaapten aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te gapen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen gapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal gapen bijzin, toekomende tijd
aan zou gapen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden gapen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt gapen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen gapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen gapen bijzin, toekomende tijd
aan zult gapen bijzin, toekomende tijd
aangaap bijzin, tegenwoordige tijd
aangaapt bijzin, tegenwoordige tijd
aangaapte bijzin, verleden tijd
aangaapten bijzin, verleden tijd
aangapend onvoltooid, deelwoord
aangegaapt verleden tijd, deelwoord
aangegaapt te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegaapt te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangegaapt te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaapt te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaapt te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangegaapt worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegaapt zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangegaapt zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegaapt zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangegaapt zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangegaapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangegaapt impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangegaapt impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangegaapt impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangegaapt worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangegaapt zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangegaapt worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangegaapt zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gaap aan gebiedende wijs
gaapte aan verleden tijd
had aangegaapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangegaapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangegaapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangegaapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegaapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangegaapt actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aangapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegaapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangegaapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangegaapt voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangegaapt voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangegaapt voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangegaapt enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aangapen bijzin, toekomende tijd
zal aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangegaapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangegaapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangegaapt voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aangapen bijzin, voorwaardelijk
zou aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aangapen aan zou(dt) gapen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aangapen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aangapen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangegaapt hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangegaapt zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aangapen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aangapen bijzin, toekomende tijd
zullen aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegaapt hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangegaapt worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangegaapt zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangegaapt zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangegaapt zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aangapen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en gapen ww

Woordfamilie van aangapen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aangaap subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangapen
aangaapt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aangapen
aangaapte subordinate-clause, verleden tijd aangapen
aangaapten subordinate-clause, verleden tijd aangapen
aangape with-subordinate-clause aangapen
aangapend onvoltooid deelwoord aangapen
aangapende woordvorm aangapen
aangegaapt voltooid deelwoord aangapen
aangegaapte woordvorm aangapen
gaap aan gebiedende wijs aangapen
gaapt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aangapen
gaapte aan verleden tijd aangapen
gaapten aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aangapen
gape aan woordvorm aangapen
gapen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aangapen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aangapen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aangapen

Hoe spreek je aangapen uit?
De uitspraak van aangapen is: /ˈaŋɣapə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aangapen?
Aangapen is een werkwoord. Het woord betekent: dom en nieuwsgierig aanstaren. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je aangapen?
Je vervoegt aangapen als volgt: het voltooid deelwoord is aangegaapt. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aangapen is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. P 3
  7. E 1
  8. N 1
  9. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aangapen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. P 4
  7. E 1
  8. N 1
  9. 13 zonder bonus
  10. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aangapen in het kort

aangapen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van aangapen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aangapen bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aangapen: dom en nieuwsgierig aanstaren
Deel aangapen — standaardnederlands.nl