aandraven
werkwoord ˈandravə(n)Betekenis
- snel lopen of rustig rennen door paarden of mensen
- komen aandraven met: snel komen om iets te vertellen of te geven
Hoe spreek je aandraven uit?
/ˈandravən/
Aandraven bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| r | rood |
| v | vis |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aandraven
aandravenhele werkwoord — draafde aanverleden tijd enkelvoud — draafden aanverleden tijd meervoud — aangedraafdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | draaf aan | draafde aan |
| jij | draaft aan | draafde aan |
| hij, zij, het | draaft aan | draafde aan |
| wij | draven aan | draafden aan |
| jullie | draven aan | draafden aan |
| zij | draven aan | draafden aan |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aan te draven | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen draven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal draven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou draven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden draven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt draven | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen draven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen draven | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult draven | bijzin, toekomende tijd |
| aandraaf | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandraafde | bijzin, verleden tijd |
| aandraafden | bijzin, verleden tijd |
| aandraaft | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandravend | onvoltooid, deelwoord |
| aangedraafd | verleden tijd, deelwoord |
| aangedraafd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangedraafd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| draaf aan | gebiedende wijs |
| draafde aan | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangedraafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangedraafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangedraafd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangedraafd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangedraafd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedraafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangedraafd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangedraafd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aandraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aandraven | bijzin, toekomende tijd |
| zal aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aandraven | bijzin, voorwaardelijk |
| zou aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) aandraven aan zou(dt) draven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aandraven | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aandraven | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangedraafd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aandraven | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aandraven | bijzin, toekomende tijd |
| zullen aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult aandraven | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult aandraven | bijzin, toekomende tijd |
| zult aangedraafd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal aandraven aan zult/zal draven | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van aan bw en draven ww
Woordfamilie van aandraven
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandraaf | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandraven |
| aandraafde | subordinate-clause, verleden tijd | aandraven |
| aandraafden | subordinate-clause, verleden tijd | aandraven |
| aandraaft | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandraven |
| aandrave | with-subordinate-clause | aandraven |
| aandravend | onvoltooid deelwoord | aandraven |
| aandravende | woordvorm | aandraven |
| aangedraafd | voltooid deelwoord | aandraven |
| aangedraafde | woordvorm | aandraven |
| draaf aan | gebiedende wijs | aandraven |
| draafde aan | verleden tijd | aandraven |
| draafden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aandraven |
| draaft aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aandraven |
| drave aan | woordvorm | aandraven |
| draven aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aandraven |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandraven zijn vastgelegd.