Naar de inhoud

aandragen

ergens naartoe dragen

aandragen

werkwoord ˈandraɣə(n)

Betekenis

  1. ergens naartoe dragen
  2. ter sprake brengen

Hoe spreek je aandragen uit?

/ˈandraxən/

Aandragen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈandraxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
d dak
r rood
x acht
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. verzinnen

Vervoeging van aandragen

aandragenhele werkwoord — droeg aanverleden tijd enkelvoud — droegen aanverleden tijd meervoud — aangedragenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik draag aan droeg aan
jij draagt aan droeg aan
hij, zij, het draagt aan droeg aan
wij dragen aan droegen aan
jullie dragen aan droegen aan
zij dragen aan droegen aan
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te dragen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen dragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal dragen bijzin, toekomende tijd
aan zou dragen bijzin, voorwaardelijk
aan zouden dragen bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt dragen bijzin, voorwaardelijk
aan zullen dragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen dragen bijzin, toekomende tijd
aan zult dragen bijzin, toekomende tijd
aandraag bijzin, tegenwoordige tijd
aandraagt bijzin, tegenwoordige tijd
aandragend onvoltooid, deelwoord
aandroeg bijzin, verleden tijd
aandroegen bijzin, verleden tijd
aandroegt bijzin, verleden tijd
aangedragen verleden tijd, deelwoord
aangedragen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedragen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangedragen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedragen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedragen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangedragen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedragen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangedragen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedragen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangedragen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
ben aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
draag aan gebiedende wijs
droeg aan verleden tijd
er is aangedragen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangedragen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangedragen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangedragen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangedragen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangedragen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangedragen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangedragen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangedragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangedragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangedragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangedragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedragen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangedragen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aandragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangedragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangedragen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangedragen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangedragen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangedragen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangedragen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aandragen bijzin, toekomende tijd
zal aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangedragen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangedragen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangedragen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aandragen bijzin, voorwaardelijk
zou aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aandragen aan zou(dt) dragen bijzin, voorwaardelijk
zouden aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aandragen bijzin, voorwaardelijk
zouden aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aandragen bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangedragen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangedragen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aandragen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aandragen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aandragen bijzin, toekomende tijd
zullen aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedragen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangedragen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangedragen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangedragen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangedragen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon

Herkomst

samenstelling van aan vz en dragen ww

Woordfamilie van aandragen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aandraag subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandragen
aandraagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aandragen
aandrage with-subordinate-clause aandragen
aandragend onvoltooid deelwoord aandragen
aandragende woordvorm aandragen
aandroeg subordinate-clause, verleden tijd aandragen
aandroegen subordinate-clause, verleden tijd aandragen
aangedragen voltooid deelwoord aandragen
draag aan gebiedende wijs aandragen
draagt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aandragen
drage aan woordvorm aandragen
dragen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aandragen
droeg aan verleden tijd aandragen
droegen aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aandragen
droegt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, enkelvoud, 2e persoon aandragen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandragen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aandragen

Hoe spreek ik aandragen uit?
Zo spreek je aandragen uit: /ˈandraɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van aandragen?
Aandragen is een werkwoord. De betekenis is: ergens naartoe dragen. In totaal staan er 3 betekenissen.
Hoe vervoeg ik aandragen?
Zo vervoeg je aandragen zo: het voltooid deelwoord is aangedragen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aandragen is 13 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aandragen levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 57 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. D 2
  5. R 2
  6. A 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 57 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aandragen in het kort

aandragen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 3 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van aandragen staan er 90 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort aandragen bij een woordfamilie van 15 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

aandragen: ergens naartoe dragen
Deel aandragen — standaardnederlands.nl