aandienen
werkwoord ˈandinə(n)Betekenis
- de komst melden van
- zich ~: op het toneel verschijnen
Hoe spreek je aandienen uit?
/ˈandinən/
Aandienen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| n | nek |
| d | dak |
| i | riet |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van aandienen
aandienenhele werkwoord — diende aanverleden tijd enkelvoud — dienden aanverleden tijd meervoud — aangediendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | dien aan | diende aan |
| jij | dient aan | diende aan |
| hij, zij, het | dient aan | diende aan |
| wij | dienen aan | dienden aan |
| jullie | dienen aan | dienden aan |
| zij | dienen aan | dienden aan |
Alle 158 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| aan te dienen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aan te zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aan zal dienen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zou dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zouden dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zoudt dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| aan zullen dienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aan zullen dienen | bijzin, toekomende tijd |
| aan zult dienen | bijzin, toekomende tijd |
| aandien | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aandiende | bijzin, verleden tijd |
| aandienden | bijzin, verleden tijd |
| aandienend | onvoltooid, deelwoord |
| aandient | bijzin, tegenwoordige tijd |
| aangediend | verleden tijd, deelwoord |
| aangediend te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangediend te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| aangediend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangediend te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangediend te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| aangediend worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangediend zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| aangediend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangediend zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| aangediend zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| ben aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| dien aan | gebiedende wijs |
| dien u/je aan, dient je aan | gebiedende wijs |
| diende aan | verleden tijd |
| er is aangediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was aangediend | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd aangediend | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt aangediend | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal aangediend worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal aangediend zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou aangediend worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou aangediend zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had aangediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had aangediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden aangediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden aangediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben aangediend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen aandienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| waart aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren aangediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was aangediend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was aangediend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was aangediend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt aangediend | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt aangediend | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal aandienen | bijzin, toekomende tijd |
| zal aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal aangediend zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal aangediend zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal me aandienen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal zich aandienen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je aandienen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich aandienend | onvoltooid, deelwoord |
| zich aangediend hebben | verleden tijd |
| zijn aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt aangediend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou aandienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) aandienen aan zou(dt) dienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden aandienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt aandienen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt aangediend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt aangediend zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen aandienen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen aandienen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen aandienen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen aangediend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen aangediend worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
Herkomst
samenstelling van aan bw en dienen ww
Woordfamilie van aandienen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aandien | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandienen |
| aandiende | subordinate-clause, verleden tijd | aandienen |
| aandienden | subordinate-clause, verleden tijd | aandienen |
| aandiene | with-subordinate-clause | aandienen |
| aandienend | onvoltooid deelwoord | aandienen |
| aandienende | woordvorm | aandienen |
| aandient | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | aandienen |
| aangediend | voltooid deelwoord | aandienen |
| aangediende | woordvorm | aandienen |
| dien aan | gebiedende wijs | aandienen |
| diende aan | verleden tijd | aandienen |
| dienden aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | aandienen |
| diene aan | woordvorm | aandienen |
| dienen aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | aandienen |
| dient aan | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | aandienen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aandienen zijn vastgelegd.