aanbidder
zelfstandig naamwoord amˈbɪdərBetekenis
- vereerder van een goddelijk wezen
- verliefd persoon, die een ander het hof maakt
- stille aanbidder: een verliefd iemand die zijn liefde niet durft te uiten, een heimelijke aanbidder
Hoe spreek je aanbidder uit?
/amˈbɪdər/
Aanbidder bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| a | maan |
| m | maan |
| b | bak |
| ɪ | pit |
| d | dak |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — masculine
- persoon die een vrouw liefheeft maar er niet mee getrouwd is
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| aanbidders | meervoud |
| aanbiddertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| aanbiddertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Naamwoord van handeling van aanbidden met het achtervoegsel -er
Woordfamilie van aanbidder
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| aanbidders | meervoud | aanbidder |
| aanbiddertje | verkleinwoord | aanbidder |
| aanbiddertjes | verkleinwoord meervoud | aanbidder |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanbidder zijn vastgelegd.