Naar de inhoud

aanaarden

de grond rondom ophogen, met aarde bedekken

aanaarden

werkwoord ˈanardə(n)

Betekenis

  1. de grond rondom ophogen, met aarde bedekken

Hoe spreek je aanaarden uit?

/ˈanardən/

Aanaarden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈanardən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
a maan
n nek
r rood
d dak
ə de
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Klinkt hetzelfde als aanaardden.

Vervoeging van aanaarden

aanaardenhele werkwoord — aardde aanverleden tijd enkelvoud — aardden aanverleden tijd meervoud — aangeaardvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik aard aan aardde aan
jij aardt aan aardde aan
hij, zij, het aardt aan aardde aan
wij aarden aan aardden aan
jullie aarden aan aardden aan
zij aarden aan aardden aan
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
aan te aarden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aan te zullen aarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aan zal aarden bijzin, toekomende tijd
aan zou aarden bijzin, voorwaardelijk
aan zouden aarden bijzin, voorwaardelijk
aan zoudt aarden bijzin, voorwaardelijk
aan zullen aarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aan zullen aarden bijzin, toekomende tijd
aan zult aarden bijzin, toekomende tijd
aanaard bijzin, tegenwoordige tijd
aanaardde bijzin, verleden tijd
aanaardden bijzin, verleden tijd
aanaardend onvoltooid, deelwoord
aanaardt bijzin, tegenwoordige tijd
aangeaard verleden tijd, deelwoord
aangeaard te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeaard te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
aangeaard te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeaard te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeaard te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
aangeaard worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeaard zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
aangeaard zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeaard zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
aangeaard zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
aard aan gebiedende wijs
aardde aan verleden tijd
ben aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is aangeaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was aangeaard impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd aangeaard impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt aangeaard impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal aangeaard worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal aangeaard zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou aangeaard worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou aangeaard zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had aangeaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had aangeaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden aangeaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden aangeaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben aangeaard actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen aanaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren aangeaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
was aangeaard voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was aangeaard voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was aangeaard voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt aangeaard enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt aangeaard enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal aanaarden bijzin, toekomende tijd
zal aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal aangeaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal aangeaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt aangeaard voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou aanaarden bijzin, voorwaardelijk
zou aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) aanaarden aan zou(dt) aarden bijzin, voorwaardelijk
zouden aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden aanaarden bijzin, voorwaardelijk
zouden aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt aanaarden bijzin, voorwaardelijk
zoudt aangeaard hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt aangeaard zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen aanaarden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen aanaarden bijzin, toekomende tijd
zullen aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeaard hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen aangeaard worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen aangeaard zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen aangeaard zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen aangeaard zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult aanaarden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordfamilie van aanaarden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
aanaard subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanaarden
aanaardde subordinate-clause, verleden tijd aanaarden
aanaardden subordinate-clause, verleden tijd aanaarden
aanaarde with-subordinate-clause aanaarden
aanaardend onvoltooid deelwoord aanaarden
aanaardende woordvorm aanaarden
aanaardt subordinate-clause, tegenwoordige tijd aanaarden
aangeaard voltooid deelwoord aanaarden
aangeaarde woordvorm aanaarden
aard aan gebiedende wijs aanaarden
aardde aan verleden tijd aanaarden
aardden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon aanaarden
aarde aan woordvorm aanaarden
aarden aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon aanaarden
aardt aan aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon aanaarden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van aanaarden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over aanaarden

Hoe spreek je aanaarden uit?
De uitspraak van aanaarden is: /ˈanardə(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent aanaarden?
Aanaarden is een werkwoord. Het woord betekent: de grond rondom ophogen, met aarde bedekken.
Hoe vervoeg je aanaarden?
Je vervoegt aanaarden als volgt: het voltooid deelwoord is aangeaard. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord aanaarden is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

aanaarden levert met Wordfeud minimaal 11 en maximaal 45 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. A 1
  2. A 1
  3. N 1
  4. A 1
  5. A 1
  6. R 2
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 11 zonder bonus
  11. 45 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (R) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

aanaarden in het kort

aanaarden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van aanaarden zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort aanaarden bij een woordfamilie van 15 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

aanaarden: de grond rondom ophogen, met aarde bedekken
Deel aanaarden — standaardnederlands.nl