Naar de inhoud

zwijgen

ervan afzien te spreken

zwijgen

werkwoord

Betekenis

  1. ervan afzien te spreken

Vervoeging van zwijgen

zwijgenhele werkwoord — zweegverleden tijd enkelvoud — zwegenverleden tijd meervoud — gezwegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zwijg zweeg
jij zwijgt zweeg
hij, zij, het zwijgt zweeg
wij zwijgen zwegen
jullie zwijgen zwegen
zij zwijgen zwegen
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is gezwegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was gezwegen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd gezwegen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt gezwegen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal gezwegen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal gezwegen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou gezwegen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou gezwegen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
gezwegen verleden tijd, deelwoord
gezwegen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gezwegen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gezwegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gezwegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gezwegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gezwegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gezwegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gezwegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gezwegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gezwegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben gezwegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen zwijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
te zwijgen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
zal gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gezwegen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen zwijgen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gezwegen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult zwijgen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zweeg verleden tijd
zwijg gebiedende wijs
zwijge aanvoegende wijs
zwijgend onvoltooid, deelwoord

Herkomst

In de betekenis van ‘niet spreken’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1236

Woordfamilie van zwijgen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gezwegen voltooid deelwoord zwijgen
zweeg verleden tijd zwijgen
zwegen aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon zwijgen
zwijg gebiedende wijs zwijgen
zwijge aanvoegende wijs zwijgen
zwijgt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon zwijgen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwijgen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over zwijgen

Wat is de betekenis van zwijgen?
Zwijgen is een werkwoord. De betekenis is: ervan afzien te spreken.
Hoe vervoeg ik zwijgen?
Zo vervoeg je zwijgen zo: de tegenwoordige tijd is zwijg, de verleden tijd is zweeg en het voltooid deelwoord is gezwegen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spreekwoorden en gezegden met zwijgen

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord zwijgen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. Z 4
  2. W 5
  3. I 1
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

zwijgen levert met Wordfeud minimaal 21 en maximaal 133 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. Z 5
  2. W 5
  3. I 2
  4. J 4
  5. G 3
  6. E 1
  7. N 1
  8. 21 zonder bonus
  9. 133 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

zwijgen telt 7 letters, waarvan 7 verschillende. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

zwijgen in het kort

zwijgen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van zwijgen staan er 41 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort zwijgen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

zwijgen: ervan afzien te spreken
Deel zwijgen — standaardnederlands.nl