zwakstroom
zelfstandig naamwoordBetekenis
- elektriciteit van lage spanning (minder dan 24 volt)
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwakstromen | meervoud |
| zwakstroompje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwakstroompjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘elektrische stroom van lage spanning’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1901
Woordfamilie van zwakstroom
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwakstromen | meervoud | zwakstroom |
| zwakstroompje | verkleinwoord | zwakstroom |
| zwakstroompjes | verkleinwoord meervoud | zwakstroom |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwakstroom zijn vastgelegd.