zussendag
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een dag dat zussen (en schoonzussen) iets gezelligs met elkaar gaan doen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zussendagen | meervoud |
| zussendagje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zussendagjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zus zn en dag zn met het invoegsel -en-
Woordfamilie van zussendag
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zussendagen | meervoud | zussendag |
| zussendagje | verkleinwoord | zussendag |
| zussendagjes | verkleinwoord meervoud | zussendag |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zussendag zijn vastgelegd.