zoetekauw
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand met een grote voorliefde voor zoete waar
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zoetekauwen | meervoud |
| zoetekauwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zoetekauwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘die veel van zoetigheden houdt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1618
Woordfamilie van zoetekauw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zoetekauwen | meervoud | zoetekauw |
| zoetekauwtje | verkleinwoord | zoetekauw |
| zoetekauwtjes | verkleinwoord meervoud | zoetekauw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zoetekauw zijn vastgelegd.