zodenbank
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een van wilgentenen en of hout geconstrueerde zitplaats met zoden of kruiden in de openlucht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zodenbanken | meervoud |
| zodenbankje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zodenbankjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zode en bank met het invoegsel -n-
Woordfamilie van zodenbank
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zodenbanken | meervoud | zodenbank |
| zodenbankje | verkleinwoord | zodenbank |
| zodenbankjes | verkleinwoord meervoud | zodenbank |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zodenbank zijn vastgelegd.