zithouding
zelfstandig naamwoord ˈzɪthɑudɪŋBetekenis
- de manier waarop je zit
- de houding die je hebt bij het zitten op een stoel of kruk
Hoe spreek je zithouding uit?
/ˈzɪthɑudɪŋ/
Zithouding bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| ɪ | pit |
| t | tak |
| h | hoed |
| ɑu | koud |
| d | dak |
| ŋ | ding |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zithoudingen | meervoud |
| zithoudinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zithoudinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zitten ww en houding
Woordfamilie van zithouding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zithoudingen | meervoud | zithouding |
| zithoudinkje | verkleinwoord | zithouding |
| zithoudinkjes | verkleinwoord meervoud | zithouding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zithouding zijn vastgelegd.