zit-slaapkamer
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een vertrek dat zowel als zitkamer als als slaapkamer dienstdoet
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zit-slaapkamers | meervoud |
| zit-slaapkamertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zit-slaapkamertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
(samenkoppeling) van zit, slaap, samengesteld met kamer
Woordfamilie van zit-slaapkamer
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zit-slaapkamers | meervoud | zit-slaapkamer |
| zit-slaapkamertje | verkleinwoord | zit-slaapkamer |
| zit-slaapkamertjes | verkleinwoord meervoud | zit-slaapkamer |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zit-slaapkamer zijn vastgelegd.