zinkput
zelfstandig naamwoordBetekenis
- put van een riool waar vuil in kan bezinken
- een gemetselde put zonder bodem
- plaats waar afvalstoffen zich ophopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zinkputje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zinkputjes | verkleinwoord, meervoud |
| zinkputten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zink ww en put zn
Woordfamilie van zinkput
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zinkputje | verkleinwoord | zinkput |
| zinkputjes | verkleinwoord meervoud | zinkput |
| zinkputten | meervoud | zinkput |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zinkput zijn vastgelegd.