zijstuk
zelfstandig naamwoordBetekenis
- deel van een voorwerp dat de zijkant vormt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zijstukje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zijstukjes | verkleinwoord, meervoud |
| zijstukken | meervoud |
Herkomst
samenstelling van zij zn en stuk zn
Woordfamilie van zijstuk
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zijstukje | verkleinwoord | zijstuk |
| zijstukjes | verkleinwoord meervoud | zijstuk |
| zijstukken | meervoud | zijstuk |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zijstuk zijn vastgelegd.