zieltogen
werkwoordBetekenis
- op sterven liggen
Vervoeging van zieltogen
zieltogenhele werkwoord — zieltoogdeverleden tijd enkelvoud — zieltoogdenverleden tijd meervoud — gezieltoogdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | zieltoog | zieltoogde |
| jij | zieltoogt | zieltoogde |
| hij, zij, het | zieltoogt | zieltoogde |
| wij | zieltogen | zieltoogden |
| jullie | zieltogen | zieltoogden |
| zij | zieltogen | zieltoogden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| gezieltoogd | verleden tijd, deelwoord |
| gezieltoogd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gezieltoogd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gezieltoogd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezieltoogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gezieltoogd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gezieltoogd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zieltogen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen zieltogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zieltoge | aanvoegende wijs |
| zieltogend | onvoltooid, deelwoord |
| zieltoog | gebiedende wijs |
| zieltoogde | verleden tijd |
| zou gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gezieltoogd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen zieltogen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gezieltoogd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult zieltogen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘op sterven liggen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1477
Woordfamilie van zieltogen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| gezieltoogd | voltooid deelwoord | zieltogen |
| zieltoge | aanvoegende wijs | zieltogen |
| zieltoog | gebiedende wijs | zieltogen |
| zieltoogde | verleden tijd | zieltogen |
| zieltoogden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | zieltogen |
| zieltoogt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | zieltogen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zieltogen zijn vastgelegd.