ziekenhuisbudget
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het budget dat een ziekenhuis ter beschikking heeft gekregen.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenhuisbudgetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenhuisbudgetjes | verkleinwoord, meervoud |
| ziekenhuisbudgets | meervoud |
| ziekenhuisbudgetten | meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenhuis en budget
Woordfamilie van ziekenhuisbudget
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenhuisbudgetje | verkleinwoord | ziekenhuisbudget |
| ziekenhuisbudgetjes | verkleinwoord meervoud | ziekenhuisbudget |
| ziekenhuisbudgets | meervoud | ziekenhuisbudget |
| ziekenhuisbudgetten | meervoud | ziekenhuisbudget |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenhuisbudget zijn vastgelegd.