ziekenhuisbezoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het bezoek dat de zieke verblijvende in het ziekenhuis komt opzoeken.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ziekenhuisbezoeken | meervoud |
| ziekenhuisbezoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| ziekenhuisbezoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van ziekenhuis en bezoek
Woordfamilie van ziekenhuisbezoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| ziekenhuisbezoeken | meervoud | ziekenhuisbezoek |
| ziekenhuisbezoekje | verkleinwoord | ziekenhuisbezoek |
| ziekenhuisbezoekjes | verkleinwoord meervoud | ziekenhuisbezoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van ziekenhuisbezoek zijn vastgelegd.