zenuw
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een onderdeel van het perifeer zenuwstelsel, bestaande uit gebundelde uitlopers van zenuwcellen
- zenuwen: emotionele gespannenheid
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zenuwen | meervoud |
| zenuwtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zenuwtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘verbindingsdraad tussen zintuigen of spieren en centrale zenuwstelsel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1285
Woordfamilie van zenuw
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zenuwen | meervoud | zenuw |
| zenuwtje | verkleinwoord | zenuw |
| zenuwtjes | verkleinwoord meervoud | zenuw |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zenuw zijn vastgelegd.
Afleidingen en samenstellingen
- ontzenuwen
- zenuwaandoening
- zenuwachtig
- zenuwarts
- zenuwbaan
- zenuwbehandeling
- zenuwberoerte
- zenuwcel
- zenuwcentrum
- zenuwcrisis
- zenuwenoorlog
- zenuwgas
- zenuwgestel
- zenuwinrichting
- zenuwinstorting
- zenuwinzinking
- zenuwknoop
- zenuwkoorts
- zenuwkwaal
- zenuwleer
- zenuwlijder
- zenuwontsteking
- zenuwoorlog
- zenuwpatiënt