zendingskalender
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een kalender waarvan de aanschafprijs ten dele het werk van de zending ten goede komt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kalender | canonical |
| zendingskalenders | meervoud |
| zendingskalendertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zendingskalendertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zending zn en kalender zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van zendingskalender
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zendingskalenders | meervoud | zendingskalender |
| zendingskalendertje | verkleinwoord | zendingskalender |
| zendingskalendertjes | verkleinwoord meervoud | zendingskalender |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zendingskalender zijn vastgelegd.