zelfonderzoek
zelfstandig naamwoordBetekenis
- zich zelf kritisch bekijken en evalueren
- lichamelijk onderzoek doen bij zichzelf met als doel (kwaadaardige) aandoeningen vroegtijdig op te sporen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfonderzoeken | meervoud |
| zelfonderzoekje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfonderzoekjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zelf zn en onderzoek zn
Woordfamilie van zelfonderzoek
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfonderzoeken | meervoud | zelfonderzoek |
| zelfonderzoekje | verkleinwoord | zelfonderzoek |
| zelfonderzoekjes | verkleinwoord meervoud | zelfonderzoek |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfonderzoek zijn vastgelegd.