zelfdoding
zelfstandig naamwoordBetekenis
- Het zich benemen van het leven
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zelfdodingen | meervoud |
| zelfdodinkje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zelfdodinkjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstellende afleiding van zelf en de stam van doden met het achtervoegsel -ing
Woordfamilie van zelfdoding
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zelfdodingen | meervoud | zelfdoding |
| zelfdodinkje | verkleinwoord | zelfdoding |
| zelfdodinkjes | verkleinwoord meervoud | zelfdoding |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zelfdoding zijn vastgelegd.