zekering
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een element van een stroomkring dat doorbrandt of op andere wijze een te grote stroombelasting verhindert
- een mechaniek in de klimsport dat verhindert dat de klimmer bij een val ernstig letsel kan oplopen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zekeringen | meervoud |
| zekeringetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zekeringetjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘metaaldraad die bij overbelasting stroom onderbreekt’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1911
Woordfamilie van zekering
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zekeringen | meervoud | zekering |
| zekeringetje | verkleinwoord | zekering |
| zekeringetjes | verkleinwoord meervoud | zekering |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zekering zijn vastgelegd.