zeelt
zelfstandig naamwoord zeltBetekenis
- een vis, behorend tot de karperachtigen
Hoe spreek je zeelt uit?
/zelt/
Zeelt bestaat uit één lettergreep.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| e | veel |
| l | land |
| t | tak |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- bepaald soort karperachtiɡe zoetwatervis, Tinca tinca
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zeelten | meervoud |
| zeeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zeeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
van Middelnederlands zielt, in de betekenis van ‘beenvis’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1420
Woordfamilie van zeelt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zeelten | meervoud | zeelt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zeelt zijn vastgelegd.