maïsteelt
zelfstandig naamwoord ˈmɑɪsˌteltBetekenis
- verbouw van maisplanten
Hoe spreek je maïsteelt uit?
/ˈmɑɪsˌtelt/
Maïsteelt bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| m | maan |
| ɑ | bad |
| ɪ | pit |
| s | sok |
| t | tak |
| e | veel |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
Herkomst
samenstelling van maïs zn en teelt zn
Woordfamilie van maïsteelt
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| maïsteelten | meervoud | maïsteelt |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van maïsteelt zijn vastgelegd.