zedenpreker
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die zedenpreken houdt
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zedenprekers | meervoud |
| zedenprekertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zedenprekertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zede en preker met het invoegsel -n-
Woordfamilie van zedenpreker
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zedenprekers | meervoud | zedenpreker |
| zedenprekertje | verkleinwoord | zedenpreker |
| zedenprekertjes | verkleinwoord meervoud | zedenpreker |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zedenpreker zijn vastgelegd.