zedenmeesterij
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het regelmatig/voortdurend zeggen wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zedenmeesterijen | meervoud |
| zedenmeesterijtje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zedenmeesterijtjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
afgeleid van zedenmeester met het achtervoegsel -ij
Woordfamilie van zedenmeesterij
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zedenmeesterijen | meervoud | zedenmeesterij |
| zedenmeesterijtje | verkleinwoord | zedenmeesterij |
| zedenmeesterijtjes | verkleinwoord meervoud | zedenmeesterij |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zedenmeesterij zijn vastgelegd.