zedenmeester
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die regelmatig/voortdurend zegt wat wel en niet zou mogen op zedelijk gebied.
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zedenmeesters | meervoud |
| zedenmeestertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zedenmeestertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zede en meester met het invoegsel -n-
Woordfamilie van zedenmeester
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zedenmeesters | meervoud | zedenmeester |
| zedenmeestertje | verkleinwoord | zedenmeester |
| zedenmeestertjes | verkleinwoord meervoud | zedenmeester |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zedenmeester zijn vastgelegd.