zadelpaard
zelfstandig naamwoordBetekenis
- een paard dat geschikt is met een zadel bereden te worden
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zadelpaarden | meervoud |
| zadelpaardje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zadelpaardjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zadel en paard
Woordfamilie van zadelpaard
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zadelpaarden | meervoud | zadelpaard |
| zadelpaardje | verkleinwoord | zadelpaard |
| zadelpaardjes | verkleinwoord meervoud | zadelpaard |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zadelpaard zijn vastgelegd.