zaadlijst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het deel van het vruchtbeginsel van een plant waarop de zaden of zaadknoppen bevestigd zijn
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadlijsten | meervoud |
| zaadlijstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadlijstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en lijst
Woordfamilie van zaadlijst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadlijsten | meervoud | zaadlijst |
| zaadlijstje | verkleinwoord | zaadlijst |
| zaadlijstjes | verkleinwoord meervoud | zaadlijst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadlijst zijn vastgelegd.