zaadleider
zelfstandig naamwoord /'zadlɛɪdər/Betekenis
- een buis waardoor het zaad van de bijballen naar de penis vervoerd wordt
Hoe spreek je zaadleider uit?
/ˈzadlɛidər/
Zaadleider bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| a | maan |
| d | dak |
| l | land |
| ɛi | trein |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zaadleiders | meervoud |
| zaadleidertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zaadleidertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van zaad en leider
Woordfamilie van zaadleider
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zaadleiders | meervoud | zaadleider |
| zaadleidertje | verkleinwoord | zaadleider |
| zaadleidertjes | verkleinwoord meervoud | zaadleider |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zaadleider zijn vastgelegd.