wrok
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- blijvend gevoel van onvrede over geleden of vermeend onrecht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| wrokje | verkleinwoord, enkelvoud |
| wrokjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wrokken
- gebiedende wijs van wrokken
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van wrokken
Vervoeging van wrok
wrokhele werkwoord
Herkomst
In de betekenis van ‘rancune’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1550
Woordfamilie van wrok
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| wrokje | verkleinwoord | wrok |
| wrokjes | verkleinwoord meervoud | wrok |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van wrok zijn vastgelegd.