woonwagencentrum
zelfstandig naamwoordBetekenis
- de woonplaats waar woonwagenbewoners in woonwagens wonen
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woonwagencentra | meervoud |
| woonwagencentrumpje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woonwagencentrumpjes | verkleinwoord, meervoud |
| woonwagencentrums | meervoud |
Herkomst
Samenstelling van woonwagen en centrum
Woordfamilie van woonwagencentrum
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woonwagencentra | meervoud | woonwagencentrum |
| woonwagencentrumpje | verkleinwoord | woonwagencentrum |
| woonwagencentrumpjes | verkleinwoord meervoud | woonwagencentrum |
| woonwagencentrums | meervoud | woonwagencentrum |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woonwagencentrum zijn vastgelegd.