woninginrichter
zelfstandig naamwoordBetekenis
- iemand die een woning inricht, meestal voor iemand anders
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| woninginrichters | meervoud |
| woninginrichtertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| woninginrichtertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Samenstelling van woning en inrichter
Woordfamilie van woninginrichter
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| woninginrichters | meervoud | woninginrichter |
| woninginrichtertje | verkleinwoord | woninginrichter |
| woninginrichtertjes | verkleinwoord meervoud | woninginrichter |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van woninginrichter zijn vastgelegd.